Dobberkeuzes

Ik heb de laatste 2 jaren heel veel viswedstrijden gezien, dat is nu eenmaal een onderdeel van het coachwerk dat ik tegenwoordig doe. Een van de eerste dingen waar ik altijd naar kijk wanneer ik eens een bepaalde visser observeer is naar de dobberkeuzes die hij of zij heeft gemaakt. Bestaat zo'n keuze bijvoorbeeld uit meerdere gewichten van hetzelfde dobbertype of is het een “mengelmoes” van allerlei verschillende modellen?
Let wel, ik wil hier niet welke keuzes dan ook bekritiseren, het gaat op zo'n moment tenslotte om het vertrouwen van de betrokken persoon in zijn of haar gebruikte materiaal. Toch denk ik mede aan dit soort dingen te kunnen afleiden hoe iemand is als visser. Of hij/zij zeker is van zichzelf bijvoorbeeld en ook of iemand echt nadenkt over details zoals de dobberkeuze.

Op die wedstrijden, zo heb ik inmiddels wel gezien, zie je echt dobbers in allerlei kleuren (daar is overigens helemaal niks mis mee natuurlijk) en ook, en dat lijkt mij veel vreemder, modellen. In ieder geval blijkt daar uit dat meningen over de ideale dobber voor een bepaald water enorm verschillen.
Als je nu bedenkt dat we bij wedstrijden zoals de Topcompetitie meestal praten over behoorlijk ervaren wedstrijdvissers, dan lijkt het me logisch dat er bij de recreatievissers nog veel meer “verwarring” over dit onderwerp zal bestaan.
De hoogste tijd dus om de verschillende dobbers uit ons JVS pakket eens “tegen het licht” te houden om u als klant te helpen bij het maken van een zo goed mogelijke keuze.



MABEL
Als ik 1 dobber zou mogen kiezen waarmee ik overal zou moeten vissen dan zou ik kiezen voor de MABEL. Volgens mij is dit zo ongeveer de meest allround dobber die er bestaat. Je kunt er mee vissen in licht stromend water (zolang het niet al te hard stroomt kun je deze dobber prima tegenhouden en zal hij stabiel in het water blijven staan) en ook wanneer er geen beweging in het water is. Ook wanneer je "in de hand" wilt vissen, dus met de vislijn bijna even lang als de gebruikte hengel komt de MABEL prima tot zijn recht. Niet toevallig is de MABEL een van de meest verkochte modellen uit de serie.



DIANA
Dit is een echt bolvormig dobbermodel, wat al aangeeft dat de DIANA het best tot zijn recht komt op wateren waar stroming is of bijvoorbeeld beweging in de bovenlaag van het water door de wind. Ook de DIANA is met zijn carbon onderantenne in ook de zwaardere maten, perfect geschikt voor het "in de hand" vissen, met name op diepe en stromende wateren.
In de kleinere maten wordt de DIANA veel gebruikt wanneer er een lastige wind staat. Het valt onder dat soort omstandigheden niet mee om het haakaas zo natuurlijk mogelijk aan te bieden. De DIANA zorgt op zulke momenten voor de broodnodige stabiliteit.



KATTY
Deze dobbers zijn er alleen in kleine maten. De KATTY is dan ook bij uitstek een dobber die tot zijn recht komt bij een snelle visserij op kleine vis. Hij is uitgevoerd met een kleine stalen onderantenne waardoor het dobbertje meteen na het inwerpen in het water "staat" en stabiel is.



ROSITA
Bij dit dobbertype valt meteen de dunne bovenantenne op, zelfs bij de zwaardere maten. De ROSITA is dan ook bij uitstek geschikt voor een "delicate" visserij met lichte lijnen en kleine haakjes. Hij komt het best tot zijn recht wanneer het haakaas drijvend of hooguit af en toe licht blokkerend dient te worden aangeboden en waarbij een relatief klein haakaas moet worden gebruikt zoals muggenlarven, pinkies of een enkele made of caster.



FRANCESCA
Deze dobbers worden slechts in lichte maten uitgevoerd, tot en met 1 gram. Toch hebben ze een relatief iets dikkere antenne. De FRANCESCA komt dan ook het best tot zijn recht op niet al te diepe wateren waar niet teveel stroming is. Door de iets dikkere bovenantenne zijn deze dobbers uitermate geschikt om met een iets groter (en dus zwaarder) haakaas te vissen, zoals casters, maden en wormen. Ideaal voor wateren zoals de Rotte en de Vlaardingse Vaart.



NADJA
Bij een visserij op wateren met niet meer dan een lichte stroming, of wanneer er bijvoorbeeld een wat lastige wind is, komt deze dobber het best tot zijn recht. Je zou de NADJA een "traan"-model kunnen noemen en zo'n model staat altijd redelijk stabiel in het water wanneer de windomstandigheden niet gemakkelijk zijn en er toch delicaat gevist moet worden. Dat soort omstandigheden komen steeds meer voor in Nederland, logisch dan ook dat de NADJA een van de best verkochte modellen is uit de serie.
De NADJA is al verkrijgbaar in extreem lichte maten. Als je zowel de boven- als de onderantenne iets korter maakt zal hij iets sneller en gemakkelijker gaan staan. Ideaal bij een moeilijke visserij.



JADE
Deze dobber is uitgevoerd met een wat dikkere bovenantenne en (behalve in de lichtste maten) een metalen onderantenne. Dit, tezamen met het korte ronde model, maakt de JADE een echte dobber voor stromend water. Een extra bijzonderheid is dat bij de JDE de nylon door het lichaam heen naar het dobberoog wordt geleid, waardoor het insnijden van het dobberlichaam onmogelijk wordt. Je kunt met de JADE prima blokkerend vissen in stromende wateren, ook met een wat groter haakaas. Bij dat soort omstandigheden zijn dunnere antennes gewoon waardeloos omdat het haakaas bij het minste of geringste raken van de bodem de dobber onder trekt.



EVA
Bij de EVA valt meteen de bovenantenne op die van onder aar boven gezien overgaat van zwart, via wit, naar rood. Ideaal op momenten dat je hele voorzichtige aanbeten krijgt. In de winter gebeurt dit vaak tijdens de populaire visserij in jachthavens, en daar is de EVA dan ook prima voor geschikt. Vooral wanneer er op wat grotere afstand "in de hand" kan worden gevist.



SANNE
Wat natuurlijk meteen opvalt bij de SANNE is het model van het lichaam. Eigenlijk zit de SANNE tussen een gewone dobber en een echte vlagdobber in. Hij is dan ook speciaal gemaakt voor het blokkerend, of bijna blokkerend vissen in stromende wateren. In Nederland gebeurt dit wat minder dan in de rest van Europa, omdat we nu eenmaal ook de feedervisserij hebben voor dit soort omstandigheden. Wat ook opvalt is de dikke en lange bovenantenne die "in een bepaalde hoek" op het dobberlichaam staat. Als je nu tijdens het vissen de SANNE tegenhoudt in de stroming (blokkeert dus), en de antenne staat rechtop, dan weet je dat je vist met het juiste dobbergewicht. Vis je te licht dan zal de antenne stroomopwaarts wijzen, vis je te zwaar dan wijst hij stroomafwaarts. De ideale uitloding is om alleen het uiterste puntje van de bovenantenne "uit het water" te laten. Als je hem dan blokkeert tijdens het vissen komt de antenne automatisch iets verder uit het water, en staat het geheel als een rots.



LUCIA
Deze dobber heeft een relatief dikke bovenantenne. Daar is gewoon altijd enorm veel vraag naar. Niet iedereen is gezegend met "haviksogen". Deze dobber is bij uitstek geschikt om te vissen op wat diepere stilstaande wateren. Veel jachthavens zijn zo bijvoorbeeld. Zo'n relatief dikke antenne biedt ook het voordeel dat wat zwaardere aassoorten zoals maïs, wormen en/of een grote tros maden, casters of wormen de dobber niet onder trekken. Zo kun je soms op wateren waar heel veel vis zit in allerlei maten de echt grote exemplaren "uitsorteren".



LIESBETH
Nog zo'n dobbertype met een dikke bovenantenne. Bovendien is die antenne uitneembaar en daardoor snel te vervangen voor een 3 mm. breekstaafje. Ideaal voor wanneer je tijdens zomeravonden wat langer wilt doorvissen en vooreventueel de nachtvisserij.



ROBIN
Tegenwoordig wordt het steeds populairder om te vissen op zogenaamde karperputten. Je vist vaak met een behoorlijk groot haakaas zoals pellets, wormen of zelfs deeg, vlees of kleine boilies. Vaak zijn die wateren vrij ondiep en de te vangen vissen enorm sterk. Je hebt daar echt speciale dobbers nodig. Stevige dobbers vooral, omdat anders gewoon veel te vaak het hele zaakje wordt kapot getrokken. De ROBIN is zo'n dobber. Hij is uitgevoerd zonder antenne en ook zonder dobberoog. De nylon gaat dwars door het dobberlichaam heen. Ideaal voor het vissen op karper op ondiepe wateren met groot aas.



LINDA
Veel vissers gebruiken graag lange slanke dobbers, ook wanneer ze toch wat dikkere bovenantennes gebruiken. De LINDA is zo'n dobber. Ideaal voor het vissen in wat diepere stilstaande of hooguit heel licht stromende wateren en niet te vergeten jachthavens. De dikkere antenne is sowieso ideaal voor mensen met wat minder goede ogen, en bovendien kun je er daardoor ook prima mee vissen met wat groter haakaas zoals maïs of een tros maden, casters of wormen.



WANDA
Ook deze dobber heeft een wat dikkere bovenantenne en heeft dus exact dezelfde voordelen zoals ik zojuist heb omschreven bij de Linda, in dit geval is echter het dobberlichaam wat meer bolvormig. Dit maakt de WANDA bij uitstek geschikt om te vissen op wateren met wat meer stroming of andere "beweging".



JOKE, ESTHER, ROSANNA en KARIN
In principe is deze dobberserie ontworpen voor een visserij op karper- en brasemputten. Zij blijken echter ook heel populair, ook hier weer door de wat dikkere bovenantenne waar nu eenmaal in Nederland veel vraag naar is, bij mensen die niet zulke geweldige ogen hebben.
Deze dobbers zijn allemaal uitgevoerd met een stevige glasfiber onderantenne en een dikkere bovenantenne waardoor ze ideaal zijn voor het vissen met een haakaas als maïs, pellets of een tros casters, wormen of maden.
Bij de JOKE zit het "zwaartepunt" van het dobberlichaam iets boven het midden. Ideaal voor het drijvend vissen op wateren met wat stroming. Bij de ESTHER zit dit zwaartepunt precies in het midden, prima voor stilstaande wateren. De ROSANNA is wat in de viswereld een "peertje" heet, met wat fantasie kun je het model inderdaad vergelijken met dat van een peer, wat ideaal is wanneer de wind zorgt voor beweging van de bovenlaag van het water. De KARIN is een origineel druppelmodel wat hem gewoon erg allround maakt.
Zoals U kunt zien zijn de verschillen bij dit soort dobbers marginaal en zal persoonlijke voorkeur vaak medebepalend zijn bij het maken van de keuze.



LIVI en SHELLY
Dit zijn 2 dobbertypes die best veel op elkaar lijken en die op zich geschikt zijn voor hetzelfde type visserij. Beiden zijn ze lang en slank, en daardoor perfect geschikt voor een "drijvende" of hooguit af en toe licht blokkerende visserij op wat diepere kanalen. De lichtste maten zijn uitgevoerd met een carbon onderantenne, voor extra stabiliteit zijn ze boven 1 gram uitgevoerd met een stalen onderantenne.
Ook zijn beide types werkelijk ideaal voor de jachthavenvisserij. Op dat soort wateren krijg je vaak heel voorzichtige aanbeten, al is er nog zoveel vis te vangen. Persoonlijk kort ik dan zowel de onder- als de bovenantenne iets in, en zorg ik er altijd voor dat hooguit het "bovenste kwart" van de dobberantenne boven water staat. Zoals gezegd, echt perfect voor zo'n visserij! De SHELLY of de LIVI? Dat onderlinge verschil is ook hier marginaal (bij de SHELLY loopt de onderzijde van het dobberlichaam wat meer "taps" toe), en is de precieze keuze vaak gebaseerd op dat beetje persoonlijke voorkeur.

Deze laatste woorden zeggen eigenlijk heel veel. "Persoonlijke voorkeur" zal altijd een grote rol spelen bij het kiezen van dobbers. Vaak zijn de verschillen ook marginaal, ik heb dat zelf ook omschreven. Toch zijn heel veel van de omschreven zaken ook eigenlijk heel logisch als je erover nadenkt.
Ik hoop dat ik U met deze tekst heb kunnen helpen bij het maken van de juiste keuzes. VERTROUWEN is alles aan de waterkant, en dat geldt ook hier. Als u vertrouwen hebt in wat u gebruikt en uw ideeën komen niet overeen met hetgeen ik net heb omschreven dan is dat geen enkel probleem. Het best kan u dan mijn advies negeren, het gaat tenslotte om uw vertrouwen!
Ik ben er echter van overtuigd dat er ook veel vissers zijn die "zoeken". Als ik die mensen kan helpen op deze manier dan is "dat alweer gewonnen".      

 

Jan van Schendel