10. Drijvende maden

Iedere visser maakt het regelmatig mee aan de waterkant. Je bent aan het vissen, op wat voor manier dan ook, en iedere keer nadat het haakaas een tijdje "in het water is geweest" hangen er vuilsliertjes aan. Vooral bij het vaste-stokvissen kan het nog erger. Zodra je het haakaas ook maar in de buurt van de bodem wil aanbieden "drijf je aan", zoals mijn vader het vroeger noemde. Wat gebeurt er??. Het gebruikte haakje "haakt" achter een van de obstakels op een vuile bodem, de gebruikte dobber wil doordrijven wat natuurlijk niet lang goed gaat, en hij gaat langzaam onder. Afhankelijk van wat het obstakel op de bodem is, kom je misschien ook nog eens echt vast te zitten.
Er is een hele simpele oplossing voor dit probleem en een die het mogelijk maakt om op dit soort visplaatsen toch zo effectief mogelijk te kunnen vissen. Het vissen met drijvend aas. 
Hoe maak je het aas het best drijvend?? Het best kun je hiervoor zo vers mogelijke maden gebruiken. Je kunt de versheid van maden gemakkelijk herkennen door het al dan niet aanwezig zijn in het madenlichaam van een maag (de zwart of roze-kleurige "spik" tussen de verder witte "inhoud" van de made). Heel simpel gezegd, hoe beter de maag zichtbaar is hoe verser de made is.


Vers aas is belangrijk!

Om nu maden drijvend te maken, het gaat natuurlijk alleen om haakaas dus een kleine hoeveelheid is al genoeg, moet je ze in een aparte madendoos stoppen en overgieten met een heel klein beetje water waarna je het doosje zo goed als mogelijk "waterpas" zet. Het is de bedoeling om de maden half boven en half onder water te laten kruipen. Ze zullen wat van het vocht opnemen en dit vocht eindigt in de maag die ook duidelijk beter zichtbaar wordt. Afhankelijk van de versheid van de maden duurt het dan even voordat de maden zullen blijven drijven. Echt verse maden drijven al binnen een kwartier. Je kunt dit natuurlijk altijd even controleren door er een op het water te gooien.
Nu de praktijk: Je hebt aan de ene kant het gewichtvan de gebruikte haak en aan de andere kant het drijfvermogen van de drijvende maden.. U kunt zich ongetwijfeld voorstellen dat je die twee zaken perfect kunt "uitbalanceren" en zo het gebruikte aas net over de bodem "sturen". Het is ook niet noodzakelijk om puur met maden te vissen. Wat voor aas dan ook in combinatie met een of twee maden die drijven is vaak al genoeg om te bereiken wat je wilt.
Hoe drijvende maden te bewaren??. Er is maar een goede oplossing en daarvoor zul je een madendoos-deksel moeten opofferen. Als je de "binnenste helft" uit het deksel knipt en het daarna gebruikt om de doos met drijvende maden mee af te sluiten kun je tijdens het vissen gemakkelijk de maden vastpakken die je op de haak wilt zetten en toch zullen de vochtige maden nooit uit de doos kunnen ontsnappen
In de zomermaanden moet je wel opletten dat je het verdampende water waarin de maden kruipen af en toe aanvult.
Je zult er somms versteld van staan hoeveel extra vis deze simpele tip soms kan opleveren. Niet alleen bij het vissen op plaatsen met een vuile bodem, maar ook wanneer de vissen van de bodem azen en je dus het aas zwevend moet aanbieden. Probeer het eens.

 

Jan van Schendel